
Deuren in het zendingswerk
Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonië te reizen, besluitende daaruit dat ons de Heere geroepen had, om denzelven het Evangelie te verkondigen.
Handelingen 16:10
Boven al het werk in Gods Koninkrijk staat geschreven: Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste. Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen. Dat is ook gebleken in het leven van de apostel Paulus.
In Handelingen 13 lezen we hoe de Heilige Geest hen heeft afgezonderd: ‘Zonder Mij af, beide Bárnabas en Saulus, tot het werk waartoe Ik hen geroepen heb’.
In Handelingen 16 is Paulus samen met Silas bezig met zijn tweede zendingsreis. Wonderlijk is het wat God doet. Hij stuurt naar Zijn welbehagen mensen om andere mensen het Evangelie te brengen. Die boodschap van redding en behoud voor verloren zondaren is ook tot ons gekomen. Wat hebben wij ermee gedaan?
Vaderlijke goedheid
Het valt op dat die God, Die ambtelijk geroepen heeft, ook verder leidt. In Goddelijke wijsheid en Vaderlijke goedheid worden deze twee mannen, Paulus en Silas, aan Gods hand geleid. In Lystre brengt God Timótheüs op hun pad. Die jonge broeder kunnen ze goed gebruiken. Hij wordt na handoplegging door de gemeente Lystre uitgezonden om mee te gaan. In Troas komt er nog een man bij, dokter van beroep, van heidense oorsprong, maar bekeerd tot de levende God en nu de voeten geschoeid tot bereidheid van het Evangelie des vredes.
God leidt Zijn dienaars, door wegen te openen. En dan ineens ook…, door deuren te sluiten. Paulus wil graag naar Klein-Azië, maar ‘de Geest liet het hun niet toe’. Bithynië dan? Maar nee, weer blijft de deur gesloten.
Het is voor Paulus vast geen gemakkelijke weg geweest. Toch was er in die gesloten deuren ongetwijfeld ook troost. Wie weten mag dat God deuren sluit (de Geest liet het hen niet toe!), mag ook weten dat de Heere in ieder geval leidt. De Koning gaat aan de spits. Op Zijn weg! En zij zijn enkel instrumenten in de handen van de grote Koning en Zaligmaker van zondaren, Die Zijn dienaren zendt tot wie Hij wil, wanneer Hij wil en waarheen Hij wil.
Dat is leerzaam voor ons, in moeilijke wegen, in perioden van veel vragen. Als het gaat over dingen waar we naar uitzien en op hopen. Maar de Heere zegt: nee. Zijn wil blijkt anders. Zijn raad zal bestaan. Dat geldt ook als we ons geroepen weten tot de dienst in Gods Koninkrijk. Gesloten deuren kunnen moeilijk zijn, kunnen ons veel tranen kosten. Maar toch is het beter om te volgen, zonder kritisch te vragen: ‘Heere, in Uw vaderlijke wijsheid, wat U doet (ook deze dichte deur) is goed’. Het dringt ons vooral – en is dat niet Gods goede doel? – om te vragen: ‘Heere, wat wilt U(!) dat ik doen zal? Leer mij naar Uw wil te handelen. Heere, ai maak mij Uw wegen, door Uw Woord en Geest bekend’.
Onze hoop kwijnt
God sluit deuren. Is dat ook niet het algemene patroon van Gods werk in het leven van mensen? De Heere werkt. Hij toont kennelijk Zijn hand. Hij spreekt, Zijn Woord raakt ons hart. Maar dan…, dan gaat het niet meer zoals wij dachten. Deuren gaan dicht. In het geestelijke leven. De weg die wij in gedachten hadden, onszelf verbeteren, zelf ons leven reformeren, loopt dood. Onze hoop kwijnt. Onze wil wordt gebroken.
De Heere zegt: Wat Ik gebouwd heb, dat breek Ik af, wat Ik geplant heb, dat ruk Ik uit. Om? Om Mij een ellendig en arm volk over te houden, dat op Mijn Naam hopen zal. Opdat we in al onze ellende en schuld zouden gaan vragen: Heere, wat wilt U(!) dat ik doen zal?
Waarom? Zodat we onze eigen gedachten en wegen los zouden laten. Luisterend naar wat Jesaja uit de mond van de Heere opschrijft: Mijn wegen zijn hoger dan uw wegen, Mijn gedachten dan uw gedachten. Als het gaat om vergeving van zonden, ben Ik zo anders dan dat u bent. Laat u toch zalig maken op Mijn voorwaarden alleen: met helemaal niets van u. Stop toch met dat proberen te verbeteren van uzelf. Dat is een doodlopende weg. Dat is een gesloten deur. Werp u toch met al uw schuld en verlorenheid aan Mijn voeten!
Juist dan, beste lezer, als wij het niet meer weten, maar door het werk van Gods genade onze enige hoop op God in Christus leren stellen, juist dan leidt God ons van onze gesloten deuren vandaan, naar de geopende deur. Naar de deur der hoop in het dal van Achor. En die deur is Christus! De enige weg. De geopende deur. De geopende toegang tot God voor verloren zondaren.
Deuren in het zendingswerk
Zo was en is het ook in het zendingswerk. Vaak gaan deuren dicht. Met welk doel? Zodat de Heere Zélf Zijn deur kan gaan openen. Zodat wij achteraf niet gaan zeggen: kijk dat hebben wij gedaan. Maar zodat we kunnen zeggen: Heere, U hebt het gedaan. U zij alle lof.
Paulus ziet in de nacht een Macedonisch man. Hij hoort zijn roep van de overkant. Hebt u zelf weleens zo naar de overkant, naar de hemel geroepen: Heere, kom over en help mij? Help ons, barmhartige Heere?
Hebt u zelf weleens zo’n roep van de overkant, van zo’n Macedonische man gehoord? Zelf uw eigen zielennood gezien en gekend, zelf uit die grote nood en dood verlost, en dan ineens die roep in de nacht: Kom over en help óns! Wij zijn geestelijk en moreel bankroet, en de weg tot de vrede kennen we niet…!
Er roept een Macedonische man uit Guinee, uit Cambodja, uit Oost-Azië. De roep van duizenden, ja, miljoenen onbereikten is als de roep van één Macedonische man: Kom! Wij sterven weg zonder God en zonder hoop! Kom! Laat toch achter wat van geen nut en waarde is voor de grote eeuwigheid die komt, om het heil van onze zielen en om de eer van God.
Hebt u die roep gehoord? Doe dan wat Paulus en Silas deden: ‘Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonië te reizen, besluitende daaruit dat ons de Heere geroepen had om denzelven het Evangelie te verkondigen’.
Ds. J. IJsselstein