
De eindeloze liefde van Jezus
En voor het feest van het pascha, Jezus wetende, dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Johannes 13:1
Jezus staat aan de vooravond van Zijn lijden. Hij weet wat er komt: verraad, verloochening, verlatenheid en het kruis. Niets daarvan is voor Hem verborgen. En juist in dat geladen moment klinkt dit indrukwekkende woord:
“Hij heeft de Zijnen liefgehad tot het einde.”
Dat is geen vanzelfsprekend woord. Wij zouden verwachten dat afstand groeit wanneer het moeilijk wordt. Dat liefde afneemt wanneer mensen falen. Maar bij Jezus is het anders. Zijn liefde wordt niet minder onder druk — ze blijkt juist stand te houden wanneer alles wankelt.
“De Zijnen,” dat zijn niet de sterke, trouwe mensen. Het zijn discipelen die Hem niet begrijpen, die in slaap vallen als Hij waakt, die straks op de vlucht slaan. Petrus zal Hem zelfs verloochenen. En toch noemt Jezus hen de Zijnen. Niet omdat zij Hem zo vasthouden, maar omdat Hij hen vasthoudt.
Dat is misschien wel de kern: Zijn liefde rust niet op onze trouw, maar op de Zijne.
Hij heeft hen lief tot het einde. Dat betekent: tot het uiterste, zonder ophouden, tot de volle voltooiing. Zijn liefde stopt niet bij onze grenzen. Ze gaat door waar wij afhaken. Ze blijft, zelfs wanneer wij tekortschieten.
Dat zie je ook in de voetwassing. Jezus buigt Zich neer en wast de vuile voeten van Zijn discipelen. De Meester dient. De Heilige reinigt wat onrein is. Het is een stil, maar krachtig teken van wat Hij uiteindelijk zal doen: Zichzelf geven tot in de dood, om zonden werkelijk weg te nemen.
Daarin ligt iets ontmaskerends. Want als we eerlijk zijn, lijken wij meer op die discipelen dan we zouden willen. Ook wij kiezen vaak onszelf. Ook wij begrijpen Hem zo weinig. Ook wij blijven achter, terwijl Hij verder gaat.
Maar juist daarin ligt de troost. Zijn liefde haakt niet af. Ze gaat door. Tot het einde.
Aan het kruis zie je hoe ver die liefde reikt. Niet als een gevoel, maar als een daad. Hij geeft Zichzelf, vrijwillig, volledig. Hij draagt wat van ons is, om ons te geven wat van Hem is.
Misschien herken je het: het besef dat je tekortschiet, dat je geloof zwak is, dat je liefde zo wisselend is. Dan is dit woord geen verwijt, maar een uitnodiging. Kijk niet eerst naar jezelf, maar naar Hem. Naar Zijn liefde die niet ophoudt.
En als je Hem nog niet kent: deze liefde wordt verkondigd, ook aan jou. Niet omdat je het verdient, maar omdat Hij zo is.
Zijn liefde vraagt wel een antwoord. Geen prestatie, maar vertrouwen. Geen volmaaktheid, maar overgave.
Hij heeft lief tot het einde.
En wie door Hem wordt vastgehouden, valt uiteindelijk niet uit Zijn hand.