
Wat zoek jij eigenlijk?
“Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.” – Spreuken 8:17
Veel mensen gaan met een zucht op vakantie in de hoop eindelijk wat rust te vinden. Maar waar denk je die rust te vinden? In een andere omgeving? In vrije tijd? Of zoek je juist in die momenten meer de nabijheid van God en Zijn Woord? Er is een groot verschil tussen die twee manieren van zoeken.
In Psalm 78 laat Asaf, geleid door Gods Geest, zien hoe belangrijk het is dat ouders hun kinderen leren over de geschiedenis van Israël — een geschiedenis vol van Gods daden, ondanks de zonden van het volk. Hij roept op om God te zoeken en het vertrouwen op Hem te bouwen. Dat gold toen, en het geldt nog steeds. Ook wij moeten leren om op de juiste manier te zoeken.
Een zoeken gericht op onszelf
Je zou kunnen zeggen: “Israël zocht toch ook naar God? Ze vroegen toch naar Hem?” En dat klopt. In vers 34 lezen we dat ze God ‘vroeg zochten’, dat wil zeggen: ze stonden er vroeg voor op. Ze zochten Hem in de tijd van nood, wanneer mensen bij bosjes stierven in de woestijn. Ze vroegen om verlossing — logisch, in zo’n situatie.
Maar dan zegt Asaf iets opvallends. Hij zegt dat hun zoeken niet oprecht was. Ze spraken wel over God, maar hun hart was er niet bij. Ze zeiden mooie woorden, maar ze meenden het niet echt. Ze wilden niet zozeer God, maar vooral uit de problemen komen. Hun verlangen was vooral gericht op materiële dingen. God gaf ze water, brood uit de hemel, vlees… maar het was nooit genoeg. Ze wilden meer. Ze verlangden terug naar Egypte, naar het oude leven.
Dat is een beeld van hoe wij mensen vaak zoeken: niet naar God zelf, maar naar wat Hij ons kan geven. Ons hart is vaak gericht op wat we nog niet hebben, op meer gemak, meer geluk, meer van de aarde. We tellen onze zegeningen niet, we beseffen onze zonde niet. We voelen tegenslag en noemen het onrecht. Ons verlangen draait om onszelf. Zelfs als we bidden, is het vaak een lijstje van onze eigen wensen.
Koning Herodes is daar een voorbeeld van. Ook hij wilde weten waar Jezus geboren was, zogenaamd om Hem te aanbidden. Maar in werkelijkheid wilde hij gewoon zijn eigen macht behouden. Zo kan ook ons zoeken naar God schijn zijn. Wie zoekt er nu écht God om wie Hij is?
Het ware zoeken
En toch zegt de Bijbel: “Wie Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.”
Echt zoeken begint wanneer het aardse zijn glans verliest. Wanneer je gaat zien dat je zondige verlangens je juist van God weghouden. Als Gods wet je hart raakt en je inziet: mijn honger naar meer is zonde. Dan komt er een ander soort zoeken. Een zoeken waarin je de dingen van deze wereld niet meer genoeg vindt.
Dan ontdek je dat het ware leven niet zit in rust op vakantie of succes op je werk, maar in de ontmoeting met God. In de woestijn van het leven — te midden van moeiten, ziekte, gebrokenheid — kan God leven geven dat blijft, zelfs als niets anders standhoudt.
Dat is wat David bedoelt in Psalm 63: “Mijn ziel dorst naar U, ik zoek U in de vroege morgen.” Niet alleen om verlost te worden van moeilijkheden, maar omdat God zelf het verlangen van zijn hart was geworden.
Tegenover Herodes zie je de wijzen uit het oosten. Ook zij zochten Jezus. Maar hun zoeken kwam voort uit eerbied, liefde en verwachting. Dat is een ander soort zoeken. Daarin ligt het ware leven.
Hoe zoek jij?
Hoe zoek jij, levend op weg naar de grote ontmoeting met God?
Misschien is jouw leven donker, moeilijk, vol verlies of onzekerheid. Maar juist daarin wil God je ogen openen, zodat je ziet wat je écht kwijt bent: Hemzelf.
En wat een wonder: God heeft in Christus een weg gemaakt tot redding voor mensen zoals jij en ik — mensen die van nature helemaal niet oprecht zoeken. Christus kwam om te zoeken wat verloren is. Hij zoekt mensen op die zichzelf niet meer kunnen redden, die het opgeven, en roepen: “Heer, denk aan mij!”
Dat is genade. En dat is de uitnodiging van vandaag:
Leer de Heere zo te zoeken, en je zult Hem vinden.
Ds. L. Terlouw