
Hoe verloopt een dienst
Voor de dienst wordt op het kerkorgel gespeeld. Hier wordt ook het zingen door de gemeente mee begeleid.
Wanneer het orgel stopt met spelen, komt de kerkenraad de kerkzaal binnen. Dit zijn de personen die leiding geven aan de gemeente.
Nadat zij binnen gekomen zijn, is er een korte tijd stilte. Iedereen vraagt dan in een persoonlijk stil gebed om een zegen in de samenkomst en om de leiding van de Heilige Geest voor de predikant (voorganger), voor de andere gemeenteleden en zichzelf
Veel mannen staan tijdens dit gebed, evenals tijdens de andere gebeden. De vrouwen bidden zittend. Iedereen vouwt zijn handen als teken van afhankelijkheid van God en wij doen onze ogen dicht om ons beter te kunnen concentreren op ons spreken met God.
Na het gebed gaat iedereen zitten en de predikant gaat de preekstoel op. De ouderling leest dan de mededelingen voor.
Daarna bidt de predikant hardop om hulp van God en belijdt dat de gemeente alles van Hem verwacht. Dit gebed begint met de woorden: “Onze hulp is in de Naam des Heeren…”. Daarna spreekt de predikant de zegen uit over de gemeente in de vorm van een groet. Deze begint met de woorden: “genade zij u en vrede van God, onze Vader …”. Zowel het gebed als de zegen wordt afgesloten door een woord dat u aan het eind van de andere gebeden en van de preek hoort, ‘amen’. Het woord ‘amen’ betekent: ‘het is vast en zeker’, of anders gezegd: ‘het is waar’
Na het gebed en de zegen geeft de predikant een lied op om te zingen. Dit lied – evenals de andere liederen die in deze dienst gezongen worden – staan vermeld op het bord dat aan de muur vooraan bevestigd is. Het orgel speelt een kort voorspel ter inleiding en vervolgens zingt de gemeente. Het zingen is een belangrijk onderdeel van de kerkdienst. In het zingen bidt de gemeente tot God of prijst ze Hem. Dat hangt van de inhoud van de liederen af.
In onze gemeente zijn de liederen berijmde gedeelten uit de Bijbel, de psalmen. Op het bord aan de muur wordt dat zo aangegeven, bijv. Ps. 75:1. Dat betekent: we zingen Psalm 75 en daarvan het eerste vers.
De berijmde psalmen kunt u vinden achterin uw Bijbel.
Na het zingen noemt de predikant welk Bijbelgedeelte er in deze dienst centraal staat.
In de morgendienst wordt eerst door de ouderling van dienst – dat is de persoon die voor de kleine lessenaar staat – de Wet van God (de Tien Geboden) voorgelezen. Uit de Tien Geboden leren we hoe God wil dat we leven. Ook krijgen we als het ware een spiegel voorgehouden, waardoor we ontdekken dat wij het er niet zo goed van afgebracht hebben. Dat moet ons nederig maken ten opzichte van God en moeten wij als schuld belijden.
Na het lezen van de Wet zingen we een psalm. Dat is de tweede psalm op het bord aan de muur.
In de middagdienst worden de twaalf artikelen voorgelezen. Dat is de kern van wat wij geloven.
Vervolgens wordt door de ouderling het gedeelte uit de Bijbel gelezen. Ook dat staat (afgekort) op het bord aangegeven.
Als u het gedeelte uit uw Bijbel mee wilt lezen, is het verstandig dit voor de dienst al op te zoeken en er een bladwijzer bij te leggen. Zo heeft u het snel bij de hand als het voorgelezen wordt.
Het lezen uit de Bijbel is erg belangrijk.
Wij geloven dat God door de Bijbel, Zijn Woord, tot ieder mens spreekt. In onze diensten lezen we uit de zogenaamde Statenvertaling. Dit is een oude vertaling, waarin best wel woorden voorkomen die voor ons vandaag de dag niet altijd makkelijk te begrijpen zijn. Deze vertaling wordt toch gebruikt omdat ze letterlijk uit het Hebreeuws en Grieks is vertaald. Dat zijn de talen waarin God door Zijn Geest deze boeken liet opschrijven.
De predikant gaat nu voor in gebed. Hij spreekt namens de gemeente tot God. De gemeenteleden bidden in stilte mee.
Er wordt onder andere gebeden voor gemeenteleden, voor de overheid en voor de nood in de wereld.
Na het gebed zingen we als gemeente weer enkele liederen. Deze zijn als het ware een inleiding op de uitleg van Gods Woord wat daarna plaats vindt.
Onder het zingen kunnen de mensen hun geld geven. Er gaan drie zakjes rond waarin geld gedaan kan worden. U bent vrij om hier iets in te doen of om het zakje gewoon door te geven aan uw buurman of –vrouw. De doelen waar het geld voor opgehaald wordt betreffen: Dezorg voorde financieel minder bedeelden, voor het onderhoud van het kerkgebouw en het kunnen laten functioneren van de gemeente.
Na het zingen neemt de predikant het woord. Hij leest de tekst op waar het in deze dienst over gaat.
Dan volgt de uitleg van dit gedeelte en de persoonlijke toepassing naar ons leven. Dit noemen we de preek of prediking. De prediking neemt in onze kerkdiensten een centrale plaats in.
De bedoeling ervan is dat wij als mensen van deze tijd, de boodschap van God zullen begrijpen en ons leven daarnaar zullen inrichten.
Meestal wordt er na elk aandachtspunt gezongen. Aan het einde van de verkondiging van Gods Woord spreekt de voorganger het ‘amen’ uit.
Met een kort dankgebed tot God wordt de dienst afgesloten.
De gemeente zingt staand nog eenmaal een psalm.
De voorganger legt namens God de zegen van de drie-enige God op de gemeente. Hij heft hierbij zijn handen op, als onderstreping van de betekenis van de zegen. Zo mag de gemeente onder de zegen van God de week weer in.
De gemeente wacht tot de kerkenraad de kerkzaal heeft verlaten. Als het orgel begint te spelen verlaten de gemeenteleden de kerk.