De omgekeerde wereld

Zalig zijn de armen van geest; zalig zijn zij die treuren; zalig zijn de zachtmoedigen. Mattheüs 5:3-5

Mattheüs geeft in de Bergrede een uitgebreide samenvatting van het onderwijs van de Heere Jezus. Hij neemt Zijn leerlingen mee de berg op, de menigte volgt Hem. Heel plechtig staat er dat Jezus Zijn mond opende. Als Hij gaat spreken, spreekt Hij met gezag en zegt Hij dingen die verbazingwekkend zijn. Hij predikt namelijk de omgekeerde wereld. Hij spreekt op een heel andere manier over geluk dan wij zouden verwachten. Ieder mens wil gelukkig zijn. Maar wat is geluk en wanneer zijn we gelukkig?

Veel mensen denken dat geluk in rijkdom ligt, dat je een goed betaalde baan hebt en je van niemand afhankelijk bent. Gelukkig ben je als je woont in een mooi huis, als je een goede man of een lieve vrouw hebt. Bij gelukkig zijn denken wij aan een leven zonder veel moeilijkheden.  De Heere Jezus spreekt mensen zalig, noemt hen gelukkig, die het naar onze maatstaven juist niet zijn. Zijn eerste woorden bevatten een enorme troost voor de ware gelovigen. Jezus feliciteert degenen die: – arm zijn, in de zin dat zijn volledig afhankelijk van God leven, als het gaat om hulp, redding, vergeving en toekomst. Ze hebben zelf niets, maar weten dat God alles heeft.

– Jezus noemt hen gelukkig die verdriet hebben, over het kwaad in de wereld, maar ook over het kwaad in hun eigen hart.

– Jezus noemt hen gelukkig die zachtmoedig zijn. Dat zijn mensen die geduld kennen, die hebben geleerd om hun zaak uit handen te geven en die in de hand van God te leggen. Voor hen is het Koninkrijk van God. Zij mogen bij die Koning schuilen die hun geluk zal bevechten, die Zijn leven voor hen aan het kruis aflegt, en hen eenmaal zal brengen in het Koninkrijk van God, waar God het voor het zeggen heeft en zij uit de rijkdommen van deze God zullen leven.  Niet degenen die denken dat ze alles goed doen, maar degenen die weten dat ze niets kunnen doen zonder de hulp en de genade van God. Ze zijn arm, ze huilen, ze zijn zachtmoedig. Ze nemen geen wraak, maar vertrouwen op Gods bescherming.

De zaligsprekingen plaatsen ons voor een spiegel waarin we precies kunnen zien hoe wij mensen zijn. Ze stellen ons voor de vraag: zijn we in alles afhankelijk van God, of stellen we ons op als onafhankelijke mensen die niemand nodig hebben?

– Zijn we gelukkig omdat alles goed gaat, of zijn we in onszelf bedelarm, maar hebben we een rijke God?

– Kunnen we lachen en blij zijn, omdat het ons voor de wind gaat, of kennen we naast vreugde ook verdriet, vanwege alle onrecht dat mensen God en elkaar aandoen? Kennen we verdriet ook vanwege onze eigen mislukkingen?

– Nemen we het recht in eigen handen, of stellen we ons leven in de hand van God? Kunnen we geduldig zijn en geloven dat onze zaak veilig is bij God?

Wie is er gelukkig? Het is niet degene die zich gelukkig voelt, maar degene die in alles van God afhankelijk is en vertrouwt op de genade van God.