Meditaties - Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen https://marnixkerk.nl/meditaties/ De Marnixkerk behoort tot de Gereformeerde Gemeenten. Dit landelijk kerkverband heeft contacten in verschillende delen van de wereld. Wij geloven in één God, Die de hemel en de aarde geschapen heeft. En wij hebben de Bijbel als leidraad voor ons leven. Tue, 07 Apr 2026 19:40:07 +0000 nl-NL hourly 1 https://marnixkerk.nl/storage/2025/02/cropped-icoon-groen-32x32.png Meditaties - Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen https://marnixkerk.nl/meditaties/ 32 32 Christus voorzegt Zijn kruisdood https://marnixkerk.nl/meditaties/christus-voorzegt-zijn-kruisdood/ Tue, 07 Apr 2026 08:59:03 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10240 “Gij weet, dat na twee dagen het Pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.” (Mattheus 26:2) In deze woorden spreekt de Middelaar tot Zijn discipelen van Zijn levenseinde. Reeds eerder had Hij daarover tot hen gesproken. Nu zegt Hij: “Gij weet dat na twee dagen het Pascha is”. Dit […]

Het bericht Christus voorzegt Zijn kruisdood verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
“Gij weet, dat na twee dagen het Pascha is, en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden, om gekruisigd te worden.” (Mattheus 26:2)

In deze woorden spreekt de Middelaar tot Zijn discipelen van Zijn levenseinde. Reeds eerder had Hij daarover tot hen gesproken. Nu zegt Hij: “Gij weet dat na twee dagen het Pascha is”. Dit wisten de discipelen ook wel, maar zij begrepen het niet dat Hij als het ware Paaslam zou geofferd worden.

Het Pascha was door de Heere Zelf ingesteld; zie Exodus 12. Het volkomen Lam dat afgezonderd moest worden en geslacht, wees op Hem. En zoals Israël veilig was achter het bloed van het lam, zo zal Zijn volk veilig zijn achter Zijn bloed. De verderfengel ging in de nacht toen het Pascha werd ingesteld die huizen voorbij, waar het bloed aan de bovendorpel en zijposten van de deuren was gestreken. Zie, dat wees heen naar Christus. Hij zal Zijn bloed laten vergieten, Zijn ziel uitstorten in de dood voor allen die Hem als loon op Zijn arbeid gegeven zijn.

En als Hij dit zegt, is de tijd nabij. “Gij weet dat na twee dagen het Pascha is.” Dan zal Hij geslacht worden. Immers, zonder bloedstorting geschiedt er geen vergeving. Dat spreekt dan ook van de strenge eis van Gods rechtvaardigheid. De mens had gezondigd; in de menselijke natuur moest Hij het lijden van de dood ondergaan. Zo alleen kon Gods recht voldoening krijgen. Hij heeft dit gedaan uit liefde tot de deugden van God en uit liefde tot Zijn volk, die mede in Adams val begrepen waren, om hen te kunnen verlossen van het grootste kwaad en te brengen tot het hoogste goed. Hierin is ook Gods eeuwige liefde geopenbaard.

Wat waren Zijn discipelen blind voor de noodzakelijkheid van Zijn lijden en sterven. Waren zij dan niet door de Heere opgezocht? Hadden ze Hem dan niet lief gekregen? Zeker, maar zij waren blind voor de weg die door de dood tot het leven voerde. Dat was niet alleen zo met de discipelen, want hoevelen zijn er die door God zijn opgezocht in genade en die wel de Middelaar hebben mogen leren kennen, maar toch blind zijn voor de gang van Zijn lijden. Wat daartoe dan nodig is? Wel, dat de Heere Zelf door Zijn Geest de ogen van de ziel daarvoor komt te openen.

Hoe groot is het als Hij bij aanvang mag gekend worden als het Lam van God. Hij, Die geen zonde gekend heeft, noch gedaan, maar Die tot zonde gemaakt is, opdat zij zouden worden rechtvaardigheid Gods door Hem. Hij, Die als een Lam ter slachting is geleid en als een schaap dat stemmeloos is voor het aangezicht van zijn scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open. En om de overtreding van Zijn volk is de plaag op Hem geweest. Hij zonder zonde en dat voor zondaren. Hij zonder schuld en dat voor schuldenaren. Als Gods volk Hem zo mag leren kennen en zien wat hun zonde Hem gekost heeft, dan wordt al wat aan Hem is gans begeerlijk. Hij is dat onbestraffelijke en onbevlekte Lam, Wiens bloed van betere dingen spreekt dan het bloed van Abel. Dat riep om wraak van de hemel, maar Zijn bloed spreekt van verzoening en dat door Zijn voldoening.

Er is geen zaligheid buiten Christus en de ware Kerk leeft door en uit Hem en de Heere is vrij de een meer de geheimen van de zaligheid te verklaren dan de ander. De kleinste in de genade wordt niet uitgesloten. Toch zal het ongenoegzame van alles wat buiten Christus is, worden ingeleefd. Dat de Heere ons het plaatsmakende werk schonk voor Hem, opdat zo de rechte kennis van Hem verkregen werd, ja het een leven werd uit Hem. Dat gaat niet zonder sterven. Hij moest sterven om te leven. Hij sprak: “Gij weet dat na twee dagen het Pascha is en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden om gekruisigd te worden”. De kruisdood moest Hij ondergaan en wilde Hij ook ondergaan. Vrijwillig zal Hij de kruisdood sterven, opdat Zijn Kerk het leren zou te sterven aan de zonde en aan alles wat buiten Christus is, om Gode te leren leven.

Wat is het voor de discipelen een onbegrepen weg die de Heere gaan moest. Later is het licht daarover ook voor hen opgegaan. Toen hebben ze het mogen verstaan, waarom Hij sterven moest. En ook opstaan, zoals er nog onder Gods volk zijn die het met hen en Paulus hebben mogen leren: “Want ik ben met Christus gekruist, en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij, en wat ik nu leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft”.

Wij zijn van nature vijanden van het kruis van Christus. Het is voor de Jood een ergernis en voor de Griek een dwaasheid, maar voor hen die geloven een kracht van God tot zaligheid. Maar wij leven ook onder het Kruisevangelie dat zegt dat er door Hem genade is voor de grootste der zondaren; dat Hij niet gekomen is om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Dat we acht mochten leren geven op zo’n grote zaligheid, opdat we het bloed van Christus niet onrein zouden achten en het Woord van Zijn genade niet zou zijn een reuke des doods ten dode, maar een reuke des levens ten leven. Wij weten de dag van onze dood niet. Die kan zo onverwacht komen. Dat we ons mochten leren haasten en spoeden om ons levenswil.

Christus voorzegt in deze woorden Zijn dood, maar ook dat Hij niet in de dood zou blijven. Hij zou opstaan, ja wat meer is, Hij heeft de plaats der eer ingenomen aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. En dat Hij gestorven is, dat is Hij der zonde eenmaal gestorven en dat Hij leeft, dat leeft Hij Gode, dat leeft Hij eeuwig.

Al is het dat Zijn volk zo vaak met vrees tegen de dood opziet, het zal toch voor hen zo meevallen. Hij is voorgegaan, Hij heeft de prikkel van de dood weggenomen en daarom zal de dood voor hen een doorgang zijn tot het eeuwige leven.

Houdt dan moed, godvruchte schaar, Hij is getrouw, de Bron van alle goed. Hij zal uw vernederd lichaam veranderen, opdat het gelijkvormig zal worden aan Zijn heerlijk lichaam. Hem, de Enige en Drie-enige God, zij dan ook de eer, de wijsheid, de kracht en de dankzegging tot in der eeuwigheid. Amen.

Ds. Chr. van der Poel

Het bericht Christus voorzegt Zijn kruisdood verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
De roep van een blinde https://marnixkerk.nl/meditaties/de-roep-van-een-blinde/ Tue, 10 Mar 2026 19:36:55 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10692 Evangelie volgens Markus 10:46–52 De roep van een blinde In deze geschiedenis ontmoeten we Bartimeüs, een blinde bedelaar langs de weg bij Jericho. Terwijl velen langs hem heen lopen, hoort hij dat Jezus Christus voorbijgaat. Hij begint te roepen: “Zoon van David, ontferm U over mij!” De mensen proberen hem het zwijgen op te leggen. […]

Het bericht De roep van een blinde verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Evangelie volgens Markus 10:46–52

De roep van een blinde
In deze geschiedenis ontmoeten we Bartimeüs, een blinde bedelaar langs de weg bij Jericho. Terwijl velen langs hem heen lopen, hoort hij dat Jezus Christus voorbijgaat. Hij begint te roepen: “Zoon van David, ontferm U over mij!”
De mensen proberen hem het zwijgen op te leggen. Misschien vonden ze hem lastig, misschien vonden ze dat hij zich moest schikken in zijn lot. Maar Bartimeüs laat zich niet tegenhouden. Integendeel: hij roept nog harder.
Wat een bijzonder geloof. Hij kan Jezus niet zien, maar hij gelooft dat Jezus hem kan helpen.

Stil staan
Dan gebeurt er iets ontroerends: Jezus staat stil.
Te midden van een grote menigte, op weg naar Jeruzalem, heeft Jezus aandacht voor één roepende man langs de weg. Dat laat zien hoe God luistert naar de roep van mensen in nood. Geen stem is te klein voor Hem.
Wanneer Bartimeüs bij Jezus komt, stelt Jezus een vraag:
“Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?”
Het lijkt een eenvoudige vraag, maar het nodigt Bartimeüs uit om zijn verlangen uit te spreken. Hij zegt: “Rabbi, dat ik ziende mag worden.”

Vertrouwen dat verandert
Jezus antwoordt: “Ga heen, uw geloof heeft u behouden.” En meteen kan Bartimeüs zien.
Maar het verhaal eindigt niet bij de genezing. Er staat dat hij Jezus volgde op de weg. Zijn nieuwe zicht leidt tot een nieuw leven: een leven waarin hij Jezus volgt.

Om over na te denken
Ook wij staan soms langs de weg — met onze zorgen, vragen of verlangens. Misschien voelen we ons niet gezien of niet gehoord.
Dit verhaal nodigt ons uit om te blijven roepen tot Jezus, ook wanneer anderen ons willen laten zwijgen. Want Jezus staat nog steeds stil voor mensen die Hem zoeken.

En misschien stelt Hij ons vandaag dezelfde vraag:
“Wat wilt u dat Ik voor u doen zal?”

Durven wij ons verlangen bij Hem neer te leggen?

Het bericht De roep van een blinde verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
God ontmoeten in het niet-begrijpen https://marnixkerk.nl/meditaties/god-ontmoeten-in-het-niet-begrijpen/ Fri, 06 Feb 2026 13:18:42 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10631 God ontmoeten in het niet-begrijpen (Job) Het boek Job confronteert ons met een moeilijke waarheid: een rechtvaardig leven beschermt ons niet tegen lijden. Job doet alles “goed”, en toch verliest hij bijna alles. Zijn verhaal doorbreekt het simpele idee dat voorspoed altijd een beloning is en tegenslag een straf. Wat opvalt, is dat Job blijft […]

Het bericht God ontmoeten in het niet-begrijpen verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
God ontmoeten in het niet-begrijpen (Job)

Het boek Job confronteert ons met een moeilijke waarheid: een rechtvaardig leven beschermt ons niet tegen lijden. Job doet alles “goed”, en toch verliest hij bijna alles. Zijn verhaal doorbreekt het simpele idee dat voorspoed altijd een beloning is en tegenslag een straf.

Wat opvalt, is dat Job blijft spreken met God. Hij zwijgt niet. Hij bidt niet netjes. Hij stelt scherpe vragen, klaagt, worstelt en protesteert. En juist daarin laat hij zien wat geloof kan zijn: niet alles begrijpen, maar wel verbonden blijven.

Wanneer God uiteindelijk tot Job spreekt, geeft Hij geen verklaring voor het lijden. Hij legt niet uit waarom alles is gebeurd. In plaats daarvan laat Hij Job zien wie Hij is: de Schepper, groter dan het menselijk begrijpen. Dat lijkt misschien teleurstellend, maar het verandert alles. Job krijgt geen antwoorden, maar hij krijgt God zelf terug.

En dat is misschien de kern van dit bijbelboek: geloof betekent niet dat het leven logisch wordt, maar dat je niet alleen bent in de chaos. God is niet afwezig in het lijden, ook al voelt Hij soms ver weg. Hij is aanwezig — stil, dragend, trouw.

Job zegt aan het einde:
“Mijn oren hadden van U gehoord, maar nu heeft mijn oog U gezien.”
Niet omdat alles goed kwam, maar omdat zijn relatie met God dieper werd.

Deze overdenking nodigt ons uit om eerlijk te zijn tegenover God. Om onze vragen niet weg te stoppen, maar ze bij Hem te brengen. Want God vraagt geen perfect geloof — Hij vraagt openheid. En zelfs in het niet-begrijpen kan Hij zich laten vinden.

Het bericht God ontmoeten in het niet-begrijpen verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Overdenking voor het Nieuwe jaar https://marnixkerk.nl/meditaties/overdenking-voor-het-nieuwe-jaar/ Sun, 11 Jan 2026 13:04:37 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10602 “Gods barmhartigheden eindigen nooit, zijn trouw is groot, en elke morgen zijn zijn goedertierenheden nieuw.”— Klaagliederen 3:22-23 Het einde van een jaar nodigt ons uit om stil te worden bij Gods trouw: niet alleen dat Hij ons door dagen heeft gedragen waarin het goed ging, maar juist ook dat Hij ons niet loslaat in tijden […]

Het bericht Overdenking voor het Nieuwe jaar verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>

“Gods barmhartigheden eindigen nooit, zijn trouw is groot, en elke morgen zijn zijn goedertierenheden nieuw.”
Klaagliederen 3:22-23

Het einde van een jaar nodigt ons uit om stil te worden bij Gods trouw: niet alleen dat Hij ons door dagen heeft gedragen waarin het goed ging, maar juist ook dat Hij ons niet loslaat in tijden van verdriet, twijfel of falen.
In Christus worden wij telkens weer vernieuwd. Niet omdat wij elk jaar perfect beginnen — maar omdat Gods genade ons altijd opnieuw omringt.

Denk hier eens over na:
Wat neem je mee vanuit het afgelopen jaar?
Welke momenten laten je Gods zorg zien, zelfs als het moeilijk was?
Hoe kun je in het komende jaar leven als iemand voor wie Gods trouw nooit ophoudt?

In 2 Korinthe 5:17 lezen we:

“Als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen.”
De Bijbel roept ons op om alles wat voorbij is te laten, maar ons te richten op wat God nieuw maakt in ons leven.

Meditatie:
Sta een ogenblik stil bij het licht dat Christus in jouw leven brengt — een licht dat sterker is dan enige duisternis en groter dan je twijfels. God vraagt niet dat je een nieuw jaar perfect begint, maar dat je het met Hem begint — in afhankelijkheid, gehoorzaamheid en hoop.

Laat dit gebed je meenemen in je gedachten:

Heer, dank U voor uw goedertierenheid die ons elke morgen nieuw wordt gegeven.
Vergeef ons waar wij tekortschoten en leid ons in het nieuwe jaar
met vertrouwen op Uw trouw en liefde.

Amen.

Door: Ruth Hofman, predikant van Grace Christian Reformed Church, Grand Rapids, Michigan (VS)

Het bericht Overdenking voor het Nieuwe jaar verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Het licht van het begin https://marnixkerk.nl/meditaties/het-licht-van-het-begin/ Thu, 18 Dec 2025 20:32:23 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10574 Het eerste hoofdstuk van de Bijbel, Genesis, is indrukwekkend. In een paar woorden vertelt het hoe de wereld is ontstaan. Het eerste wat God maakte, was het licht. Met de schepping liet God zien wie Hij is. Hij wilde Zijn grootheid en heerlijkheid zichtbaar maken buiten Zichzelf. God had de schepping niet nodig. Nog vóór […]

Het bericht Het licht van het begin verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>

Het eerste hoofdstuk van de Bijbel, Genesis, is indrukwekkend. In een paar woorden vertelt het hoe de wereld is ontstaan. Het eerste wat God maakte, was het licht.

Met de schepping liet God zien wie Hij is. Hij wilde Zijn grootheid en heerlijkheid zichtbaar maken buiten Zichzelf. God had de schepping niet nodig. Nog vóór er iets bestond, was God al vol vreugde in Zichzelf. Toch wilde Hij schepselen maken, zodat Zijn heerlijkheid ook door anderen gezien zou worden.

God is licht. In Hem is geen duisternis. Daarom begon Hij met het scheppen van licht. Daarmee liet God Zijn macht zien: Zijn licht brak door in de duisternis. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe bijzonder dat moment is geweest.

Beelddrager van God

Gods licht werd vooral zichtbaar in de mens. De mens werd geschapen als beeld van God en droeg Zijn licht. Maar door de zonde ging dat licht verloren. De mens leeft sindsdien in duisternis, ver weg van God.

Toch is het een groot wonder dat God opnieuw licht liet schijnen. Uit genade en liefde verlichtte Hij de door zonde verduisterde wereld. Dat deed Hij door Zijn Zoon, Jezus Christus, naar de aarde te sturen. In Hem liet God Zijn plan zien. Jezus zal alles herstellen wat door de zonde kapot is gegaan.

Advent

In de weken voor Kerst denken wij aan de komst van de Zoon van God. Daarom spreekt het woord uit Genesis 1:3 ons bijzonder aan. Toen God de wereld schiep, zei Hij: ‘Er zij licht.’ Ook nu, bij het vernieuwen van alles, spreekt God opnieuw datzelfde woord.

God vond in Zijn wijsheid een weg om Zijn genade en liefde te laten schijnen, zonder Zijn heiligheid en rechtvaardigheid te verliezen. Het licht van Gods heiligheid alleen zou voor de mens te zwaar zijn geweest. Daarom gaf God een ander licht: Zijn Zoon. In Jezus komt alles samen wat God is. Hij is het Licht dat schijnt voor mensen die in het donker leven, voor wie leven in schuld, angst en dood.

God spreekt dat woord ook nu nog. Telkens wanneer Hij een mens losmaakt uit een leven zonder Hem, zegt Hij opnieuw: ‘Er zij licht.’ Wat is het een groot geschenk als Gods Geest licht geeft in ons hart. Dat licht laat ons zien wie wij echt zijn: mensen die God nodig hebben. Want het licht van Christus kan alleen in ons hart schijnen als wij eerst onze eigen duisternis leren kennen.

God spreekt: ‘Er zij licht.’ En er komt licht. Dat is het belangrijkste in het leven van een mens: dat er licht komt in zijn hart. Licht maakt alles zichtbaar. Dan leert een mens God kennen en ook zichzelf. Dan ziet hij hoe ver hij van God af leeft en dat hij zonder God verloren is.

Maar wat een wonder is het, wanneer zo iemand door Gods genade het licht mag zien waarmee God een verloren mens wil redden. Dat is het licht van Zijn liefde en ontferming.

Dat licht kon alleen schijnen doordat Jezus Zelf de duisternis is ingegaan. Wie kan begrijpen dat Hij, het ware Licht, zo diep wilde afdalen? Toen Jezus aan het kruis hing, werd zelfs de zon donker. Het licht van de oude schepping ging uit, zodat het nieuwe licht des te helderder kon schijnen.

Zo werd het licht van Gods genade mogelijk. Dat geeft diepe troost aan Gods kinderen. Door dat licht wordt een mens opnieuw een beeld van God. En wie door dit licht wordt beschenen, zal dat licht ook laten zien in deze wereld.

Het bericht Het licht van het begin verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Een woord uit het hart https://marnixkerk.nl/meditaties/een-woord-uit-het-hart/ Fri, 21 Nov 2025 20:51:04 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10541 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.” (Johannes 6:68) Dit woord wijst op een tere liefdesband. De discipelen zijn van harte aan de Heere verbonden. Dat is met de schare niet zo. Velen vinden in hun godsdienst en strenge onderhouding van de wet, het leven. […]

Het bericht Een woord uit het hart verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>

Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.” (Johannes 6:68)

Dit woord wijst op een tere liefdesband. De discipelen zijn van harte aan de Heere verbonden. Dat is met de schare niet zo. Velen vinden in hun godsdienst en strenge onderhouding van de wet, het leven. Ze hebben genoeg aan hun voorrechten, deugden en plichten. Daarom keren ze zich van Christus af. Aan Zijn woorden hebben ze geen behoefte, maar met Petrus en de andere discipelen is het anders. Ze kunnen Zijn woorden, ja Christus Zelf niet meer missen.

Voor Hem heeft Simon zijn visnet verlaten en Levi zijn tolhuis achter zich gelaten. De liefde Gods is in hun hart uitgestort. Ze hebben, door genade, de Messias, de Beloofde der vaderen gevonden, van Wie Mozes en de profeten spraken. De brug naar hun vroegere leven, ook in godsdienstig opzicht, is opgehaald. Ze kunnen buiten Hem niet meer leven. Is dit ook uw taal? Zegt u het Simon Petrus na: ‘Heere, tot Wie zullen we anders heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens!’ Waarin vindt u het leven, uw vreugde en blijdschap?
Helaas zijn er velen die hun leven en vermaak in de wereld vinden. De wereld zegt: ‘Pluk de dag, je leeft maar één keer. En straks bij de dood is alles voorbij. Dood is dood.’ Wat zal het een ontnuchtering zijn als straks het tegendeel ervaren zal worden. De Bijbel noemt iemand die zegt dat er geen God is een dwaas. Maar al zeggen we het niet, houden we in onze handel en wandel, woorden en werken rekening met God? De Prediker zegt zo ernstig: ‘Verblijd u, o jongeling (en dat geldt ook ouderen) in uw jeugd, en laat uw hart u vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten en in de aanschouwing uwer ogen; maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen voor het gericht.’

Anderen zijn tevreden met een uitwendige godsdienst. Maar dan houdt u het, net als de schare, bij Jezus niet uit. Dan komt er ergernis als Hij spreekt over de noodzaak van verzoening door voldoening. De boodschap van onze schuld en verlorenheid wekt verzet. Als Christus over geestelijke blindheid spreekt, vragen de geestelijke leidslieden of zij ook blind zijn. Er komt vijandschap als de Zaligmaker de onmogelijkheid aanwijst om door eigen kracht de gemeenschap met God te bewerkstelligen. Ook vandaag zijn er velen die de leer van de radicaliteit van de genade verwerpen. Zij willen wel van een helpende Zaligmaker, maar niet van een volkomen Verlosser horen. Dat komt omdat ze ten diepste eigen verlorenheid niet peilen. Wie hierin onderwijs krijgt, gaat anders tegen deze zaken aankijken. Dan is de verkiezing niet langer een muur, maar een poort. Zonder verkiezing is er geen zaligheid. In de ontmoeting met de Zaligmaker en het proeven van de zaligheid wordt tegelijk het wonder van de verkiezing aangebeden. In de hemel is er het eeuwige loflied op het wonder van de verkiezende liefde van de Drieenige God. Van dat loflied worden op aarde de eerste tonen geleerd, door jongeren en ouderen die leren dat alleen in Christus het ware leven te vinden is. Voor hen worden Christus’ woorden van levensbelang. Ze worden woorden des levens en daarom ook onmisbaar. Ze kunnen er niet meer buiten en zijn verlegen om het Evangelie dat van genade en vrede spreekt. Ze zeggen met David: ‘Zeg tot mijn ziel, Ik ben uw heil.’ Hoe zalig is Zijn spreken als alle hoop op behoud door eigen werken en verdiensten ons ontvalt en niemand, behalve deze van God gegeven Zaligmaker, onze ziel kan bevrijden van zonde en dood. Als Hij in de verlorenheid van het leven Zich openbaart als de Weg, de Waarheid en het Leven. Hoe troostrijk zijn dan Zijn woorden in ons hart: ‘Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.’
Welk een zaligheid wordt er gesmaakt als de Heilige Geest ons ook verzekert van de vergeving van onze zonden en een genaderecht schenkt op de hemelse erfenis. De Heere spreekt altijd door Zijn Woord.
Hoe staat u tegenover dat Woord? Kunt u uw Bijbel wel missen? Als dat zo is, bent u eigenlijk diepongelukkig. Het Woord is immers het instrument van de Geest. De woorden van God moeten ons onmisbaar worden. Gelukkig de jongere, de oudere die met Petrus mag zeggen: ‘Heere, tot Wie zullen we anders heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.’

 

Ds. B. van der Heiden

Het bericht Een woord uit het hart verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Bijna bewogen https://marnixkerk.nl/meditaties/bijna-bewogen/ Thu, 23 Oct 2025 19:25:51 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10503 Gij beweegt mij bijna een Christen te worden. (Handelingen 26 vers 28b)   Paulus is gevangengenomen en naar Cesarea gebracht. Na de verantwoording voor Felix, de stadhouder moet hij zich voor diens opvolger Festus verantwoorden om welke reden hij gevangengenomen is. Daarbij wordt Paulus genoodzaakt zich op de keizer te beroepen. Terwijl hij nog in […]

Het bericht Bijna bewogen verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>

Gij beweegt mij bijna een Christen te worden.
(Handelingen 26 vers 28b)

 

Paulus is gevangengenomen en naar Cesarea gebracht. Na de verantwoording voor Felix, de stadhouder moet hij zich voor diens opvolger Festus verantwoorden om welke reden hij gevangengenomen is. Daarbij wordt Paulus genoodzaakt zich op de keizer te beroepen. Terwijl hij nog in Cesarea verblijft, brengt koning Agrippa met Bernice een bezoek aan Petrus. Deze wil diens advies wel inwinnen, wat hij met Paulus moet doen. Agrippa wil daaraan wel voldoen, maar wil dan ook eerst Paulus horen.

Zo ontvangt Paulus de gelegenheid zich voor Agrippa te verantwoorden. Hij getuigt van zijn roeping en de opdracht die de Heere hem gegeven heeft om de heidenen het evangelie te verkondigen. Agrippa heeft met aandacht het woord van Paulus aangehoord en het heeft hem niet onberoerd gelaten. Hij staat niet zo vreemd tegenover wat de stadhouder als razernij betitelt. Het geslacht van de Herodessen weet van Johannes de Doper, de vriend van de Bruidegom. Ze hebben Jezus gezien op Zijn kruisgang en het gerucht van de apostelen vernomen. Ze weten van de groei van de gemeenten. Agrippa gebruikt het woord “christen” en blijkt ingewijd te zijn in de ontstaansgeschiedenis van de kerk.

Hij is uit het geslacht van hen die van het Woord weten. Nu wordt hem het Evangelie aan het hart gelegd. De deur der genade staat voor hem nog open, de gezant van de Heere tracht hem te dwingen om in te gaan. Agrippa geraakt in tweestrijd. Er gaat iets uit van de man vóór hem, waarvan hij onder de indruk komt. Zal hij opstaan en zich gewonnen geven? Zal hij uitroepen: wat moet ik doen om zalig te worden? Neen, voor de beslissende stap deinst Agrippa terug.

Waarom? zouden we kunnen vragen. En dan weten we dat Paulus slechts een mens is, die plant, maar afhankelijk is van de wasdom van de Heere. Hij kan het hart niet veranderen. Zonder de werking van de Heilige Geest zal het Woord niet levendmaken. Maar de waarheid heeft ook nog een andere zijde: Agrippa wil niet, hij verhardt zich en kiest tegen de Heere. Hij wil Mozes’ keus niet. Het verloren gaan is niet allereerst een lot, maar het heeft altijd een geschiedenis achter zich. Een geschiedenis van een ingaan tegen de roepstemmen.

Ook bij Agrippa is er iets dat de bewogenheid onderdrukt en overwint. Hij ziet Paulus wel als christen, maar in een keten, hij draagt de smaadheid van Christus’ kruis. Hij hoort Festus’ kritiek: gij raast Paulus. Hij weet Bernice naast zich aan wie hij met vele zondenbanden is verbonden. Het christen worden brengt de eis met zich mee zijn begeerlijkheden te kruisigen, maar die koestert Agrippa. Hij zou misschien wel christen willen worden, als hij Agrippa kon blijven. Hij zou ’t leven willen winnen, zonder er iets bij te verliezen. Wat ontbreekt hier?

Het leven zonder God is hem geen last. Hij haat de zonde niet als zonde tegen God. Hij kent geen droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. De rechtvaardige zal nauwelijks zalig worden. Maar een geveinsde die deze droefheid zeker niet kent zal, ondanks zijn hoop behouden te worden, niet zalig worden, zolang hij erin volhardt. Er is een wezenlijk onderscheid tussen de ware- en de schijn-christen. De oprechte kan de vuurproef van een ontdekkende prediking doorstaan en wenst dat hetgeen waarop hij zijn hoop vestigt, getoetst wordt aan Gods Woord. Hij wil weten dat Gods werk in hem waarheid is en wenst op een vast fundament gebouwd te worden. Ook wil hij zalig worden in een weg, waarin God aan Zijn eer komt, zonder dat Zijn deugden gekrenkt worden. Hij heeft de Heere nodig en zoekt Hem in het verborgen. Het geloof werkt door de liefde en het verandert en vernieuwt de oprechten. Daardoor kent hij ook de strijd tegen de zonde als zonde, ook met hetgeen daarvan in hem opwelt. De nabij-christen is bevreesd voor de gevolgen van de zonde. Hij is als iemand die bang is om te eten, omdat hij bevreesd is dat het hem slecht bekomt. Zo is de nabij-christen bang voor de straf en heeft strijd met de dodelijke zonden, maar niet met hetgeen in zijn gedachten leeft. Uiterlijk kan hij de weg ten hemel gaan en tot grote hoogte komen. Onder de ontdekkende prediking zal hij geen acht slaan op wat tot toetsing wordt voorgehouden.

Er is geen moeilijker werk dan een mondchristen te bekeren, al is bij de Heere alles mogelijk. De oprechte is bevreesd en helaas traag om de beloften van het evangelie op zich toe te passen voor wie ze toch juist bedoeld zijn. Maar de Heere is de Eerste en de Laatste en weet wat van Zijn maaksel te wachten is.

Lezer(es), is verlangen naar oprechtheid ook kenmerk van uw leven? Dan weet de Heere waar het u om te doen is en zal Hij u niet beschaamd laten staan. Vraag maar veel ontdekkend licht en zoek uit Zijn Woord het onderwijs te ontvangen dat tot de kennis van de enige grondslag van zaligheid leidt namelijk de gekruisigde Christus.

Ds. H. Paul

Het bericht Bijna bewogen verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Worden als een kind https://marnixkerk.nl/meditaties/worden-als-een-kind/ Tue, 23 Sep 2025 12:52:31 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10473 “En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.” (Matth. 18:3) De Heere Jezus is met Zijn discipelen op weg naar Kapernaüm. Onderweg hebben de discipelen woorden met elkaar. Wij zouden zeggen: Hoe is het toch mogelijk? Kinderen van […]

Het bericht Worden als een kind verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>

“En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.”
(Matth. 18:3)

De Heere Jezus is met Zijn discipelen op weg naar Kapernaüm. Onderweg hebben de discipelen woorden met elkaar. Wij zouden zeggen: Hoe is het toch mogelijk? Kinderen van God, wandelende met de Heere Jezus op de weg en dan woorden onder elkaar. Wat komt het hier toch ook weer uit dat Gods kinderen ook mensen blijven. Mensen met een hoogmoedig bestaan. Want de “woorden” die ze onder elkaar hadden, gingen erover wie van hen de meeste zou zijn. Ze hadden het wellicht bedekt gedaan. Misschien wel gedacht dat hun Meester het niet hoorde. Maar wanneer zij in Kapernaüm gekomen zijn, gaat de Heere Jezus ernaar vragen: “Waarvan had gij woorden onder elkander op de weg?” En dan gevoelen die discipelen het wel hoe verkeerd en vleselijk ze bezig geweest waren. Want dan lezen we in het Markus-Evangelie: “Doch zij zwegen; want zij waren onder elkander in woorden geweest op de weg, wie de meeste zou zijn.” Ze zijn beschaamd vanwege die ontdekkende vraag van hun Meester. De meeste te willen zijn. Het leeft in ons aller hart. Het is ten diepste de zonde die we bedreven in het paradijs: als God te willen zijn. Wat heeft die zonde van het hoogmoedige hart al veel verwoesting aangebracht. Ook in het leven van de Kerk des Heeren. Het leeft hier onder de discipelen van de Heere Jezus. Maar wat is het nog groot dat hun Meester erover begint. Wanneer het aan de discipelen had gelegen, dan hadden ze het maar liever verzwegen. Maar de Heere gaat het ontdekken. Dat is tot schaamte en schande van de discipelen, maar aan de andere kant is het zo nodig, opdat het ingeleefd zou worden wie een mens blijft, ook na ontvangen genade. Kennen wij ook die ontdekkende lessen van die Grote Meester? Wat leggen ze toch de schuilhoeken van het hart bloot. Dan worden er zaken in het licht gesteld die wij maar liever verborgen hadden willen houden. Maar wat een zegen om aan onszelf ontdekt te worden, voor het eerst of bij vernieuwing.

Maar de Heere Jezus ontdekt niet alleen de kwaal, Hij wijst ook het middel tot genezing aan. “Voorwaar zeg Ik u, indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.” Daar staan de discipelen. Ze wilden allemaal zo graag groot worden. Maar, zegt de Heere Jezus, om in het Koninkrijk der hemelen in te kunnen gaan, moet u klein worden. Wat een les! Dat was nu juist hetgeen zij niet graag wilden. Dat is de weg die tegen ons bestaan ingaat. Maar het is de weg die geleerd wordt op de leerschool van de genade. Immers, het is ook de weg geweest die de Borg moest gaan. Hij was de Gróótste, maar Hij werd de Minste. Om nu Zijn voetstappen te mogen leren drukken. Dat is nooit meer het werk van de mens, maar het is het werk van Gods Geest in de mens. Om nu in kinderlijke afhankelijkheid, in kinderlijk vertrouwen, in kinderlijk opzien tot de Heere en in ootmoedigheid des harten onze weg te mogen gaan. Dat is hetgeen de Heere Jezus Zijn discipelen als medicijn gaat voorhouden. Het medicijn tegen het hoogmoedige hart. Dan mag de gedurige bede wel zijn: Heere, maak me klein en houd me klein.
Het was een vernederende les die de Heere Jezus hier aan Zijn discipelen gaf. Die les heeft hen beschaamd en bedroefd gemaakt over hun eigen bestaan. Maar de Heere was zo trouw in hun leven door ze langs deze weg weer op hun plaats te brengen. Moge deze les ook in ons midden nog tot verootmoediging zijn. En dat in waarheid beleefd zou mogen worden hetgeen de dichter van Psalm 131 heeft gezegd: O Heere! Mijn hart is niet verheven en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.”

 

Ds. P. Melis

Het bericht Worden als een kind verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Weer naar school https://marnixkerk.nl/meditaties/weer-naar-school/ Sun, 17 Aug 2025 19:05:32 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10403 ‘En Mozes werd onderwezen…’  Handelingen 7 vers 22a Het is nu de tijd dat de scholen weer beginnen. Dat kan voor een kind een heel ingrijpende gebeurtenis zijn, vooral als het voor het eerst naar school moet. De veilige geborgenheid bij moeder wordt verlaten en het kind moet de grote, vreemde wereld in. Zo was […]

Het bericht Weer naar school verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
‘En Mozes werd onderwezen…’  Handelingen 7 vers 22a

Het is nu de tijd dat de scholen weer beginnen. Dat kan voor een kind een heel ingrijpende gebeurtenis zijn, vooral als het voor het eerst naar school moet. De veilige geborgenheid bij moeder wordt verlaten en het kind moet de grote, vreemde wereld in.
Zo was het zeker voor Mozes, over wiens schoolopleiding Stefanus hier in zijn rede spreekt. Mozes heeft verschillende leerscholen doorlopen in zijn leven. We zouden kunnen spreken van de school in Egypte, van de school in Midian en van de school in de woestijn. Elk van die drie ‘opleidingen’ duurde zo’n veertig jaar. Stefanus spreekt hier alleen van de eerste leerschool: die van Egypte. Mozes was drie jaar oud toen hij voor het eerst naar school moest.

Vraag niet wat dat voor zijn moeder Jochebed heeft betekend! ’t Was al zo’n ingrijpende zaak toen zij haar lieve kind drie maanden oud, neer moest leggen in het hoge riet aan de oever van de Nijl.
Drie maanden waren voorbijgegaan, waarin zij haar kind had moeten verbergen, dag en nacht, voor de speurhonden van Farao. Zij heeft het gedaan in het geloof, lezen wij in Hebreeën 11. Dat allerheiligst geloof, dat met Christus verenigt, dat een vaste grond is der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet, dat geloof deed haar handelen! In datzelfde geloof heeft zij mogen ontdekken, dat haar kind schoon was. Schoon voor God, staat er eigenlijk in de rede van Stefanus. Nee, het was maar geen moedertrots die haar schoonheid deed zien in haar kind; het waren de ogen van het geloof, waarmee zij het werk van God in dit jonge kind kreeg te zien en waarmee zij iets aanschouwde van de schoonheid, die God in Christus in dit kind gelegd had. Wonderlijk wél had de Heere het gemaakt, daar aan de oever van de rivier. Wat was het meegevallen! Het schreien van het pas ontdekte kind had het hart van Farao’s dochter vermurwd. Zij had dit kind tot haar zoon aangenomen. En Jochebed had nog drie jaar voor de jonge Mozes mogen zorgen.

Met hoeveel liefde, met hoeveel gebeden en met hoeveel tranen zal zij haar kind hebben omringd! Tot het moment kwam, dat zij hem wéér af moest staan… Misschien nog wel moeilijker dan de eerste keer. Een kind van drie jaar, zeggen de moeders, is het meest aanhankelijk. Dán zijn ze het liefst, die kleinen. En dit kind moest ze overgeven… Nu niet aan de krokodillen van de Nijl, maar aan het Egyptische hof. Wat is erger? Zij wist dat Mozes naar een school zou moeten gaan, waar met de God van zijn ouders niet gerekend, maar gespot werd. Veel wijsheid zou hij er opdoen, maar de vreze des Heeren, die het beginsel der wetenschap is, was er niet in tel. Hoe zou het gaan?
Hoe zal het gaan? ’t Is de bange vraag van veel ouderharten, die hun kinderen, klein of groot, voor het eerst of opnieuw, af moeten staan. Het is met Mozes goed gegaan. Hij werd onderwezen in ál de wijsheid der Egyptenaren. Dat was heel wat in die dagen. Sterrenkunde, wiskunde, geschiedenis, rechten, medicijnen … Wat heeft hij er later een báát bij gehad, daar in die woestijn, die veertig lange jaren!
Maar het grootste wonder: hij heeft daar op school het geloof mogen behouden.
Dat geloof deed hem uiteindelijk weigeren een zoon van Farao’s dochter genaamd te worden en verkiezen liever met Gods volk kwalijk behandeld te worden dan voor een tijd de genieting van de zonden te hebben…

 

Ds. A. Moerkerken

Het bericht Weer naar school verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Gods trouw zal blijken https://marnixkerk.nl/meditaties/gods-trouw-zal-blijken/ Tue, 15 Jul 2025 19:21:33 +0000 https://marnixkerk.nl/?post_type=meditaties&p=10331 Psalm 9 is geschreven in een tijd van nood. In vers 14 roept de dichter David: ‘Zijt mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan’. Ook deze tijd is een tijd vol nood. De wereld is vol van oorlog en geweld. Misschien ontlokt het wel een zucht aan uw hart, bij het […]

Het bericht Gods trouw zal blijken verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>
Psalm 9 is geschreven in een tijd van nood. In vers 14 roept de dichter David: ‘Zijt mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan’.

Ook deze tijd is een tijd vol nood. De wereld is vol van oorlog en geweld. Misschien ontlokt het wel een zucht aan uw hart, bij het begin van dit nieuwe jaar: Wat zal dit jaar ons brengen? Hebben we nog wel toekomst? Midden in die tijd van nood toen, en in deze tijd van zorg nu, klinkt het woord van Psalm 9: ‘En de HEERE zal een hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een hoog Vertrek in tijden van benauwdheid’.

Hij zal dus een hoog Vertrek zijn voor degene die verdrukt is. Verdrukt betekent letterlijk zoveel als: verbrijzeld, vermorzeld, gedrukt, geperst. En als je drukt op iets wat leeft, op een levend mens, dan ontneem je iemand de adem. Dan krijg je het benauwd.

Twee soorten mensen

In deze psalm gaat het over twee soorten van mensen. Over goddelozen, die het volk van God verwoesten (vers 7) en hun bloed vergieten (vers 13). En over mensen die de Heere willen loven met heel hun hart (vers 2), en die zich verheugen in Gods heil, in Zijn Christus (vers 13). En een van de kenmerken van die laatsten is: dat ze verdrukt worden. Door de moeiten van dit leven, maar vooral door het zien van wat ze doen, denken, voelen, willen en zijn voor God. Het besef van hun zonden ontneemt hen de adem. Ze zijn zo vaak: ‘benauwd aan alle zijden’ (Ps. 118). Het is de Heilige Geest Zelf, Die hen benauwt. Zoals het er staat van Manasse: ‘En als Hij (de Heere) hem benauwde, bad hij het aangezicht des HEEREN zijns Gods ernstiglijk aan, en vernederde zich zeer voor het aangezicht van den God zijner vaderen’ (2 Kron. 33:12).

Waarom deed de Heere dat? Waarom doet de Heere dat nog steeds? Wat doe je, als je in het nauw komt? Als je benauwd wordt? Dan ga je roepen. ‘Ik werd benauwd van alle zijden, en riep den HEER’ ootmoedig aan’ (Ps. 118:3, berijmd). Dan ga je vluchten. Naar Hem, Die je ogen opendeed en in de benauwdheid bracht. Naar Hem, Die een hoog Vertrek is voor verdrukten (vers 10). De HEERE Zelf, de genadige God van het eenzijdige verbond, is die Schuilplaats, die sterke Toren, dat hoog Vertrek.

Wonderlijke belofte

Hij zal(!) een hoog Vertrek zijn voor de verdrukte. Wat een wonderlijke belofte voor die verdrukten, voor mensen in benauwdheid vanwege hun zonden. Er is een weg ter ontkoming bij God vandaan, die Hij Zelf geopend heeft. En de Heere belooft: Ik zal het doen. Het hangt ook dit jaar niet af van u, maar Ik zal het doen, zegt de Heere.

En dus, armen, mensen in nood, mensen in benauwdheid, mensen met schuld, verdrukten, zoek het niet ergens anders. Zegt de Heere Jezus niet: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven’? (Matth. 11:28). Met andere woorden: vlucht niet weg, maar kom. ‘Hij geeft den moede kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien die geen krachten heeft’ (Jes. 40:29). U denkt misschien: Maar hoe zou dat toch kunnen? De HEERE is de driemaal heilige God, en ik, u moest eens weten wie ik ben!

Hoe het kan? Waarom het kan? Omdat Christus onder de toorn van God, in Gods handen is gedrukt, geperst, verbrijzeld en vermorzeld. Omdat (zegt Jesaja) het de HEERE behaagde Hem te verbrijzelen in plaats van een schuldig zondaarsvolk (Jes. 53:10). Zijn ziel werd vermorzeld als een schuldoffer voor doodschuldige zondaars. En daarom klinkt hier in Psalm 9, en daarom klinkt aan het begin van dit nieuwe jaar vanuit dat hoog Vertrek, vanuit die Schuilplaats, vanuit die sterke Toren, uit de mond van de HEERE Zelf een liefdevolle lokstem: Kom, armen, verlorenen, verdrukten. Kom tot Mij. Er is raad bij Mij. Want Ik heb Mijn enig geliefde Zoon overgegeven in verdrukking, totdat de laatste adem Hem werd ontnomen, tot de dood toe. Om voor mensen zoals u een Schuilplaats te kunnen zijn.

We lezen in vers 11: ‘En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken’.

Hun naam is nooddruftig en ellendig. Ze zijn verdrukten die leven in benauwdheid. Zo roept de Heere hen, bij hun naam. En zij roepen Hem bij Zijn Naam, waarvan de Heere hen iets heeft leren kennen. En die Naam, zo heilig, groot en goed, doet hen diep buigen, zoeken en vragen. Die Naam bindt hen aan de troon van Gods genade. Immers, de Heere is in hun leven gekomen als de Heilige, als de Rechtvaardige, maar ook als de Genadige, de Barmhartige, lankmoedig en genadig. Als de Toevlucht en de Sterkte in de dag van hun benauwdheid.

Hoop en vertrouwen

Ze hebben iets van Zijn Naam, van Hemzelf leren kennen. En die Naam is hun hoop geworden. Vers 11 zegt: ‘zij zullen op U vertrouwen’. Daar ligt zekerheid en vastheid in. Zij zullen vertrouwen. Niet omdat zij zulke goedgelovige en vertrouwende mensen zijn, niet omdat ze zelf zoveel houvast hebben of omdat ze het zelf allemaal zo goed weten. Maar ze zullen vertrouwen, omdat U, HEERE, ‘niet hebt verlaten degenen die U zoeken’.

Bent u zo iemand, die de Heere zoekt? De HEERE zal u nooit verlaten. Hij heeft het nooit gedaan, en zal het ook in dit nieuwe jaar (hoe het ook gaat) niet doen.

Zoekers, de troost is voor u, de toekomst is voor u! Want zoekers zullen Hem vinden. En die Hem gevonden hebben, zullen Hem opnieuw zoeken en blijven zoeken. Want die de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed (Ps. 34:10).

Zoekers, zoek uw rust in Christus. Zalig zijn ze die Hem zoeken.


En de HEERE zal een hoog Vertrek zijn voor de verdrukte; een hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.

Psalm 9:10, 11

Het bericht Gods trouw zal blijken verscheen eerst op Marnixkerk - Gereformeerde Gemeente Vlissingen.

]]>